Johannes Passion – J.S. Bach, BWV 245

Vertaling Bijbelcitaten volgens de Nieuwe Bijbelvertaling 2005. Vertaling teksten, aria’s en koralen Joke Smallegange.

No. 1 Chor
Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in alle Landen herrlich ist.
Zeig uns durch deine Passion,
dass du, der wahre Gottes Sohn,
zu aller Zeit,
auch in der grössten Niedrigkeit,
verherrlicht worden bist!
Nr. 1 Koor
Heer onze Heer, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde.
Toon ons door uw lijden
dat u, de ware zoon van God,
te allen tijde,
zelfs in de diepste vernedering,
verheerlijkt zijt!

No. 2 (Joh.18:1-7)
Evangelist: Jesus ging mit seinen Jüngern über den Bach Kidron, da war ein Garten, darein ging Jesus und seine Jünger. Judas aber, der ihn verriet, wusste den Ort auch, denn Jesus versammelte sich oft da selbst mit seinen Jüngern. Danun Judas zu sich hatte genommen die Schar, und der Hohenpriester und Pharisäer Diener, kommt er dahin mit Fackeln, Lampen und mit Waffen. Als nun Jesus wusste alles, was ihm begegnen sollte, ging er hinaus und sprach zu ihnen:
Jesus: Wen suchet ihr?
Evangelist: Sie antworteten:
Nr. 2 (Joh.18:1-7)
Evangelist: Jezus ging met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidronbeek. Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen.
Judas, zijn verrader, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe
en vroeg:
Jezus: Wie zoeken jullie?
Evangelist: Zij antwoordden:

No. 3 Chor
Jesum von Nazareth!
Nr. 3 Koor
Jezus van Nazareth!
No. 4 (Joh.18:1-7)
Evangelist: Jesus spricht zu ihnen:
Jesus: Ich bin’s!
Evangelist: Judas aber, der ihn verriet, stund auch bei ihnen. Als nun Jesus zu ihnen sprach: Ich bin’s! wichen sie zurücke und fielen zu Boden.
Da fragete er sie abermal:
Jesus: Wen suchet ihr?
Evangelist: Sie aber sprachen:
Nr. 4 (Joh.18:1-7)
Evangelist: Jezus zei tot hen:
Jezus: Ik ben het!
Evangelist: En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen. Toen hij zei: Ik ben het!, deinsden ze terug en vielen ter aarde.
Weer vroeg hij hun:
Jezus: Wie zoeken jullie?
Evangelist: En zij zeiden:

No. 5 Chor
Jesum von Nazareth! Nr. 5 Koor:
Jezus van Nazareth!

No. 6 (Joh.18:8)
Evangelist: Jesus antwortete:
Jesus: Ich hab’s euch gesagt, dass ich’s sei, suchet ihr denn mich, so lasset diese gehen! Nr. 6 (Joh.18:8)
Evangelist: Jezus antwoordde:
Jezus: Ik heb jullie al gezegd dat ik het ben. Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan!

No. 7 Choral
O grosse Lieb’, o Lieb’ ohn’ alle Masse,
die dich gebracht auf diese Marterstrasse!
Ich lebte mit der Welt in Lust und Freuden,
und du musst leiden! Nr. 7 Koraal
Oh grote liefde, liefde bovenmate,
waardoor u folteringen moest verdragen
Ik genoot volop van ‘s werelds lust en vreugde,
en u moet lijden!

No. 8 (Joh.18:10-12)
Evangelist: Auf dass das Wort erfüllet würde, welches er sagte: Ich habe der keine verloren, die du mir gegeben hast.
Da hatte Simon Petrus ein Schwert und zog es aus und schlug nach des Hohenpriesters Knecht, und hieb ihm sein recht’ Ohr ab, und der Knecht hiess Malchus.
Da sprach Jesus zu Petro:
Jesus: Stecke dein Schwert in die Scheide! Soll ich den Kelch nicht trinken, den mir mein Vater gegeben hat?

Nr. 8 (Joh.18:10-12)
Evangelist: Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had: Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.
Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester
en sloeg hem zijn rechteroor af;
Malchus heette die slaaf.
Maar Jezus zei tegen Petrus:
Jezus: Steek je zwaard in de schede! Zou ik de beker die mijn vader mij gegeven heeft niet drinken?

No. 9 Choral
Dein Will’ gescheh’, Herr Gott, zugleich
auf Erden wie im Himmelreich.
Gib uns Geduld in Leidenszeit,
gehorsam sein in Lieb und Leid,
wehr und steur’ allem Fleisch und Blut,
das wider deinen Willen tut!
Nr. 9 Koraal
Uw wil geschied’ Heer,
tegelijk
op aarde en in ’t hemelrijk.
Geef ons geduld in lijdenstijd,
bij lief en leed gehoorzaamheid,
bedwing en leid het mensenhart,
dat uw geboden steeds weer tart!

No. 10 (Joh.18:12-15)
Evangelist: Die Schar aber und der Oberhauptmann und die Diener der Jüden nahmen Jesum und bunden ihn und führeten ihn aufs erste zu Hannas, der war Kaiphas’ Schwäher, welcher des Jahres Hoherpriester war. Es war aber Kaiphas, der den Jüden riet, es wäre gut, dass ein Mensch würde umbracht für das Volk.
Nr. 10 (Joh.18:12-15)
Evangelist: De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester, en hij was het die de Joden had voorgehouden: Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.
No. 11 Arie Alt
Von den Stricken meiner Sünden
mich zu entbinden,
wird mein Heil gebunden.
Mich von allen Lasterbeulen zu heilen,
lässt er sich verwunden.
Nr. 11 Aria alt
Om mij te ontdoen van de strikken mijner zonden
wordt mijn Heiland gebonden.
Om mij te genezen van alle kwetsuren,
opgelopen door mijn zonden,
laat hij zich verwonden.

No. 12 (Joh.18:15)
Evangelist: Simon Petrus aber folgete Jesu nach und ein ander Jünger. Nr. 12 (Joh.18:15)
Evangelist: En Simon Petrus en een andere leerling volgden Jezus.

No. 13 Arie Sopran
Ich folge dir gleichfalls mit freudigen Schritten
und lasse dich nicht,
mein Leben, mein Licht.
Befördre den Lauf
und höre nicht auf,
selbst an mir zu ziehen, zu schieben, zu bitten.
Nr. 13 Aria sopraan
Ik volg u ook met vreugdevolle schreden
en verlaat u niet,
mijn leven, mijn licht.
Maan mij tot spoed,
en houd niet op
zelf aan mij te duwen, te trekken en mij te smeken.

No. 14 (Joh.18:15-24)
Evangelist: Derselbige Jünger war dem Hohenpriester bekannt, und ging mit Jesu hinein in des Hohenpriesters Palast. Petrus aber stund draussen vor der Tür. Da ging der andere Jünger, der dem Hohenpriester bekannt war, hinaus und redete mit der Türhüterin und führete Petrum hinein. Da sprach die Magd, die Türhüterin, zu Petro:
Magd: Bist du nicht dieses Menschen Jünger einer?
Evangelist: Er sprach:
Petrus: Ich bin’s nicht.
Evangelist: Es stunden aber die Knechte und Diener, und hatten ein Kohlfeu’r gemacht (denn es war kalt) und wärmeten sich. Petrus aber stund bei ihnen und wärmete sich. Aber der Hohepriester fragte Jesum um seine Jünger und um seine Lehre. Jesus antwortete ihm:
Jesus: Ich habe frei, öffentlich geredet vor der Welt. Ich habe alle Zeit gelehret in der Schule und in dem Tempel, da alle Jüden zusammen kommen, und habe nichts in Verborgnen geredt. Was fragest du mich darum? Frage die darum, die gehört haben, was ich zu ihnen geredet habe! Siehe, dieselbigen wissen, was ich gesaget habe.
Evangelist: Als er aber solches redete, gab der Diener einer, die dabei stunden Jesu einen Backenstreich und sprach:
Diener: Solltest du dem Hohenpriester also antworten?
Evangelist: Jesus aber antwortete:
Jesus: Habe ich übel geredt, so beweise es, dass es böse sei, hab ich aber geredt,
was schlägest du mich?
Nr. 14 (Joh.18:15-24)
Evangelist: Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen.
Het meisje sprak Petrus aan:
Dienstmaagd: Ben jij soms ook een leerling van die man?
Evangelist: Hij zei:
Petrus: Nee, ik niet.
Evangelist: De slaven en de dienaars stonden zich te warmen bij een kolenvuur, dat zij aangelegd hadden, (want het was koud), en ook Petrus stond zich te warmen. De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
Jezus: Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij?
Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.
Evangelist: Toen Jezus dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden, hem een klap in het gezicht en zei:
Dienstknecht: Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?
Evangelist: Jezus antwoordde hem:
Jezus: Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?

No. 15 Choral
Wer hat dich so geschlagen,
mein Heil, und dich mit Plagen
so übel zugericht’t?
Du bist ja nicht ein Sünder,
wie wir und uns’re Kinder,
von Missetaten weisst du nicht.

Ich, ich und meine Sünden,
die sich wie Körnlein finden
des Sandes an dem Meer,
die haben dir erreget,
das Elend, das dich schläget,
und das betrübte Marterheer. Nr. 15 Koraal
Wie heeft u zo geslagen,
mijn heil, en u met plagen
zo gesard en kwaad gedaan?
U bent immers geen zondaar,
zoals wij en onze kind’ren,
u hebt geen misdaden begaan.

Nee, ik en al mijn zonden,
zo menigvoud gevonden
als zandkorrels aan zee,
die brachten u die slagen,
die kwelling te verdragen,
en martelingen met hun wee.

No. 16 (Joh.18:24-25)
Evangelist: Und Hannas sandte ihn gebunden zu dem Hohenpriester Kaiphas. Simon Petrus stund und wärmete sich.
Da sprachen sie zu ihm:
Nr. 16 (Joh.18:24-25)
Evangelist: Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester. Simon Petrus stond zich te warmen.
Zij zeiden dan tot hem:

No. 17 Chor
Bist du nicht seiner Jünger einer ? Nr. 17 Koor
Ben jij niet één van zijn leerlingen?

No. 18 (Joh.18:25-27)
Evangelist: Er leugnete aber und sprach:
Petrus: Ich bin’s nicht!
Evangelist: Spricht des Hohenpriesters Knecht einer, ein Gefreund’ter des, dem Petrus das Ohr abgehauen hatte:
Knecht: Sahe ich dich nicht im Garten bei ihm?

Evangelist: Da verleugnete Petrus abermal, und also bald krähete der Hahn.
(Matth.26:75)
Da gedachte Petrus an die Worte Jesum, und ging hinaus und weinete bitterlich.

Nr. 18 (Joh.18:25-27)
Evangelist: Hij ontkende het en zei:
Petrus: Ik niet!
Evangelist: Maar een van de slaven van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei:
Dienstknecht: Zag ik niet dat je bij hem in de olijfgaard was?
Evangelist: Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.
(Matth.26:75)
En Petrus herinnerde zich de woorden van Jezus, hij ging naar buiten en huilde bitter.

No. 19 Arie Tenor
Ach, mein Sinn,
wo willt du endlich hin,
wo soll ich mich erquicken?
Bleib’ ich hier,
onder wünsch ich mir Berg
und Hügel auf den Rücken?
Bei der Welt ist gar kein Rat,
und im Herzen steh’n die Schmerzen meiner Missetat,
weil der Knecht den Herrn verleugnet hat.
Nr. 19 Aria tenor
Ach mijn verstand,
waar wil je nu nog heen,
waar kun je je verkwikken?
Blijf ik hier, of laat ik berg en heuvel achter mij?
Van de wereld verwacht ik geen raad en in mijn hart staat de diepe smart van mijn misdaad gegrift,
nu de knecht zijn Heer verloochend heeft.

No. 20 Choral
Petrus, der nicht denkt zurück,
seinen Gott verneinet,
der doch auf ein’n ernsten Blick,
bitterlichen weinet.
Jesu, blicke mich auch an,
wenn ich nicht will büssen,
wenn ich Böses hab’ getan,
rühre mein Gewissen!

PAUSE

No. 21 Choral
Christus, der uns selig macht,
kein Bös’ hat begangen,
der ward für uns in der Nacht
als ein Dieb gefangen.
Geführt für gotlose Leut’,
und fälschlich verklaget.
verlacht, verhöhnt und verspeit,
wie denn die Schrift saget.

No. 22 Rezitativ (Joh. 18:28)
Evangelist: Da führeten sie Jesum von Caiphas vor das Richthaus, und es war frühe. Und sie gingen nicht in das Richthaus, auf dass sie nicht unrein würden, sondern Ostern essen mòchten. Da ging Pilatus zu ihnen heraus und sprach:
Pilatus: Was bringet ihr für Klage wider diesen Menschen?
Evangelist: Sie antworteten und sprachen :

No. 23 Chor
Wäre dieser nicht ein Übeltäter, wir hätten dir ihn nicht überantwortet!

No. 24 (Joh. 18:31)
Evangelist: Da sprach Pilatus zu ihnen:
Pilatus: So nehmet ihr ihn mit, und richtet ihn nach eurem Gestetze!
Evangelist: Da sprachen die Jüden zu ihm:

No. 25 Chor
Wir dürfen niemand töten!

No. 26 (Joh.18:32)
Evangelist:Auf dass erfüllet würde das Wort Jesu, welches er sagte, da er deutete welches Todes er sterben würde. Da ging Pilatus hinein in das Richthaus und rief Jesu und sprach zu ihn:
Pilatus: Bist du derJüden König?
Evangelist: Jesus antwortete:
Jesus: Redest du von dir selbst, oder haben’s dir andere von mir gesagt?
Pilatus: Bin ich ein Jüde? Dein Volk und die Hohenpriester haben dich mir überantwortet; was hast du getan?
Evangelist: Jesus antwortete:
Jesus: Mein Reich ist nicht von dieser Welt, meine Diener würden darob kämpfen, dass ich den Jüden nicht überantwortet würde! Aber, nun ist mein Reich nicht von dannen.

No. 27 Choral
Ach grosser König, gross zu allen Zeiten,
wie kann ich g’nugsam diese Treu ausbreiten?
wein’s Menschen Herze mag indes ausdenken
Was dir zu schenken

Ich kann’s mit meinem sinnen nicht erreichen
womit doch dein Erbarmen zu vergleichen,
Wie kann ich dir denn deine Liebestaten
im werk erstatten?
Nr. 20 Koraal
Petrus die zijn woord vergeet,
zal zijn God ontkennen,
maar één blik, van ernst vervuld,
doet hem dan bitter wenen.
Jezus zie ook mij zo aan;
als ik niet wil boeten
en slechte dingen heb begaan
wek dan dan mijn geweten!

PAUZE

Nr. 21 Koraal
Christus, onze zaligheid,
rein van alle zonden,
werd voor ons bestwil voorgeleid
als misdadiger gebonden.
Werd door heidenen berecht
met valselijk aanklagen
bespot, gehoond en ook bespuwd,
wat de Schriften al voorzagen.

Nr. 22 Recitatief (Joh. 18:28)
Evangelist: Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen zij niet naar binnen om zich niet te verontreinigen voor het Pesachmaal. Daarop kwam Pilatus naar buiten
en vroeg:
Pilatus: Waarvan beschuldigt u deze man?
Evangelist: zij antwoordden:

Nr. 23 Koor
Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben!

Nr. 24. (Joh. 18:31)
Evangelist:Daarop sprak Pilatus tot hen:
Pilatus: Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet!
Evangelist: Maar de Joden wierpen tegen:

Nr. 25 Koor
Wij hebben niet het recht iemand ter dood te brengen!

Nr. 26 (Joh. 18:32)
Evangelist: Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling waarin hij aanduidde welke dood hij zou sterven. Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem:
Pilatus: Bent u de koning van de Joden?
Evangelist: Jezus antwoordde:
Jezus: Vraagt u dit uit uzelf, of hebben anderen dit over mij gezegd?
Pilatus: Ik ben toch geen Jood? Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd; wat hebt u gedaan?
Evangelist: Jezus antwoordde:
Jezus: Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.

Nr. 27 Koraal
O grote koning, groot door alle tijden,
hoe kan ik uw trouw toch ver genoeg verbreiden?
Geen mensenhart kan zich nochtans bedenken
wat u te schenken.

Met hart noch met verstand kan ik begrijpen
waarmee toch uw erbarmen te vergelijken
Hoe kan ik u dan voor al uw gunstbewijzen
genoegzaam prijzen?

No. 28 (Joh.18:37-40)
Evangelist: Da sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus: So bist du dennoch ein König?
Evangelist: Jesus antwortete:
Jesus: Du sagst’s, ich bin ein König. Ich bin dazu geboren und in die Welt kommen, dass sich die Wahrheit zeugen soll. Wer aus der Wahrheit ist, der höret meine Stimme.
Evangelist: Spricht Pilatus zu ihm:
Pilatus: Was ist Wahrheit?
Evangelist: Und da er das gesaget, ging er wieder hinaus zu den Jüden und spricht zu ihnen:
Pilatus: Ich finde keine Schuld an ihm. Ihr habt aber eine Gewohnheit, dass ich euch einen losgebe. Wollt ihr nun dass ich euch der Jüden König losgebe?
Evangelist: Da schrieen sie wieder allesamt und sprachen:
Nr. 28 (Joh.18:37-40)
Evangelist: Pilatus zei:
Pilatus: U bent dus koning?
Evangelist: Jezus antwoordde:
Jezus: U zegt dat ik koning ben. Ik ben geboren
en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen,
en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.
Evangelist: Pilatus sprak:
Pilatus: Maar wat is waarheid?
Evangelist: En na dit gezegd te hebben,
ging hij weer naar buiten tot de Joden
en zei tot hen:
Pilatus: Ik heb geen schuld in hem gevonden. Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat. Wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’
Evangelist: Toen begon iedereen weer te schreeuwen:

No. 29 Chor
Nicht diesen, diesen nicht, sondern Barrabam!
Nr. 29 Koor
Hem niet, maar Barrabas!
No. 30 (Joh.19:1)
Evangelist: Barrabas aber war ein Mörder. Da nam Pilatus Jesum und geisselte ihn!
Nr. 30 (Joh.19:1)
Evangelist: Maar Barrabas was een moordenaar. Toen liet Pilatus Jezus geselen!
No. 31 Arioso Bas
Betrachte meine Seel’,
mit ängstlichem Vergnügen,
mit bittrer Lust und halb beklemmtem Herzen,
dein höchstes Gut in Jesu Schmerzen.
Wie dir auf Dornen, so ihn stechen,
die Himmelschlüsselblumen blühn!
Du kannst viel süsse Frucht
von seiner Wermut brechen,
drum sieh’ ohn’ Unterlass auf Ihn.

No. 32 Arie Tenor
Erwäge wie sein blutgefärbten Rücken
in alle Stücken
dem Himmel gleiche geht!
Daran, nachdem die Wasserwogen
von unsrer Sündflut sich verzogen,
der allerschöste Regenbogen,
als Gottes Gnadenzeichen steht! Nr. 31 Arioso bas
Beschouw mijn ziel,
met heim’lijke verrukking,
met bittere lust en half beklemd van harte,
hoe jouw hoogste goed bestaat in Jezus’ smart.
Hoe voor jou, op doornen die hem steken,
de sleutel tot de hemel open-bloeit.
Jij kunt veel zoete vruchten
plukken van zijn bittere smart,
dus houd onafgebroken het oog op Hem gericht.

Nr. 32 Aria tenor
Bedenk toch hoe zijn rug, rood van het bloed,
in alle opzichten
een beeld des hemels is!
Waar, nadat de hoge golven
van onze zondenvloed zich terugtrokken,
de allermooiste regenboog
als Gods teken van verzoening staat!

No .33. (Joh.19:2-4)
Evangelist: Und die Kriegsknechte flochten eine Krone von Dornen und satzten sie auf sein Haupt und legten ihm ein Purpurkleid an und sprachen:
Nr. 33 (Joh.19:2- 4)
Evangelist: De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. Ze liepen naar hem toe en zeiden:

No. 34 Chor
Sei gegrüsset, lieber Jüdenkönig!
Nr. 34 Koor
Leve de Koning van de Joden!
No. 35 (Joh.19:4-6)
Evangelist: Und gaben ihm Backenstreiche. Da ging Pilatus wieder heraus und sprach zu ihnen:
Pilatus: Sehet, ich führe ihn heraus zu euch, dass ihr erkennet, dass ich keine Schuld an ihm finde.
Evangelist: Also ging Jesus heraus, und trug eine Dornenkrone und Purperkleid.
Und er sprach zu ihnen:
Pilatus: Sehet, welch ein Mensch!
Evangelist: Da ihn die Hohenpriester und die Diener sahen, schrieen sie und sprachen:
Nr. 35 (Joh.19:4-6)
Evangelist: En ze sloegen hem in het gezicht.
Pilatus liep weer naar buiten en zei:
Pilatus: Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.
Evangelist: Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan.
En hij zei tot hen:
Pilatus: Hier is hij, de mens!
Evangelist: Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen:
No. 36 Choral
Kreuzige, kreuzige! Nr. 36 Koor
Kruisig hem, kruisig hem!

No. 37 (Joh.19:7)
Evangelist: Pilatus sprach zu ihnen:
Pilatus: Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn, denn ich finde keine Schuld an ihm!
Evangelist: Die Jüden antworteten ihm:

Nr. 37 (Joh.19:7)
Evangelist: Pilatus zei tot hen:
Pilatus: Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is!
Evangelist: De Joden antwoordden hem:

No. 38 Chor
Wir haben ein Gesetz, und nach dem Gesetz soll er sterben, denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht.
Nr. 38 Koor
Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zichzelf de Zoon van God heeft genoemd.

No. 39 (Joh.19:8-12)
Evangelist: Da Pilatus das Wort hörete, fürchtet’ er sich noch mehr und ging wieder hinein in das Richthaus, und spricht zu Jesu:
Pilatus: Von wannen bist du?
Evangelist: Aber Jesus gab ihm keine Antwort. Da sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus: Redest du nicht mit mir? Weissest du nicht dass ich Macht habe, dich zu kreuzigen, und Macht habe dich loszugeben?
Evangelist: Jesus antwortete:
Jesus: Du hättest keine Macht über mich, wenn sie dir nicht wäre von oben herab gegeben; darum, der mich dir überantwortet hat, der hat’s gröss’re Sünde.
Evangelist: Von dem an trachtete Pilatus wie er ihn losliesse.
Nr. 39 (Joh.19:8-12)
Evangelist: Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus:
Pilatus: Waar komt u vandaan?
Evangelist: Maar Jezus gaf hem geen antwoord. Pilatus zei tegen hem:
Pilatus: Waarom zegt u niets tegen mij? Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?
Evangelist: Jezus antwoordde:
Jezus: De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven.
Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.
Evangelist: Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten.
No. 40 Choral
Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn,
muss uns die Freiheit kommen.
Dein Kerker ist der G’nadenthron,
die Freistatt aller Frommen.
Denn gingst du nicht die Knechtschaft ein,
müsst’ uns’re Knechtschaft ewig sein.

No. 41 (Joh.19:12)
Evangelist: Die Jüden aber schrieen und sprachen:

No. 42 Chor
Lässest du diesen los, so bist du des Kaisers Freund nicht, denn wer sich zum Könige machet, der ist wider den Kaiser!

No. 43 (Joh.19:13-15)
Evangelist: Da Pilatus das Wort hörete, führete er Jesum heraus, und satzte sich auf den Richtstuhl, an der Stätte die da heisset: ‘Hochpflaster’, auf Ebräisch aber ‘Gabbatha’. Es war aber der Rüsttag im Ostern, um die sechste Stunde, und er sprach zu den Jüden:
Pilatus: Sehet, das ist euer König! Nr. 40 Koraal
Door uw gevangenschap, Gods zoon,
zijn wij weer vrijgekomen.
Uw kerker is de
genadetroon,
de vrijplaats aller vromen.
Had u zichzelf dit knechtschap niet opgelegd,
zo bleven wij voor eeuwig knecht.

Nr. 41 (Joh.19:12)
Evangelist: Maar de Joden schreeuwden en riepen:

Nr. 42 Koor
Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer!

Nr. 43 (Joh.19:13-15)
Evangelist: Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden:
Pilatus: Hier is hij,
uw koning!
Evangelist: Sie schrieen aber:
Evangelist: Maar zij schreeuwden:

No. 44 Chor
Weg, weg mit dem! Kreuzige ihn!
Nr. 44 Koor
Weg met hem! Kruisig hem!
No. 45 (Joh.19:15)
Evangelist: Spricht Pilatus zu ihnen:
Pilatus: Soll ich euren König kreuzigen?
Evangelist: Die Hohenpriester antworteten:
Nr. 45 (Joh.19:15)
Evangelist: Pilatus sprak tot hen:
Pilatus: Moet ik uw koning kruisigen?
Evangelist: Maar de hogepriesters antwoordden en zeiden:

No. 46 Chor
Wir haben keinen König denn den Kaiser! Nr. 46 Koor
Wij hebben geen andere koning dan de keizer!

No. 47 (Joh.19:16-18)
Evangelist: Da überantwortete er ihn, dass er gekreuziget würde. Sie nahmen aber Jesum und führeten ihn hin. Und er trug sein Kreuz, und ging hinaus zur Stätte, die da heisset ‘Schädelstätt’, welche heisset auf Ebräisch ‘Golgatha’.
Nr. 47 (Joh.19:16-18)
Evangelist: Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen. Zij voerden Jezus weg. Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgotha.
No. 48 Arie Bas mit Chor
Eilt, ihr angefocht’nen Seelen,
geht aus euren Marterhöhlen,
eilt ..
Chor:. wohin?
nach Golgatha!
Nehmet an des Glaubens Flügel,
flieht ..
Chor :.. wohin?
zum Kreuzes Hügel,
eure Wohlfahrt blüht allda!
Nr. 48 Aria bas met koor
Haast u, in verzoeking gebrachte zielen,
verlaat uw folterkelders,
haast u…
Koor: …waarheen?
naar Golgotha!
Bekleedt u met de vleugels van het geloof en
vlieg…
Koor: …waarheen?
naar de kruisheuvel,
daar bloeit uw Heil!

No. 49 (Joh.19:18-21)
Evangelist: Allda kreuzigten sie ihn, und mit ihm zween andere, zu beiden Seiten, Jesum aber mitten inne.
Pilatus aber schrieb eine Überschrift, und satzte sie auf das Kreuz, und war geschrieben:
Jesus von Nazareth, der Jüden König.
Diese Überschrift lasen viel Jüden, denn die Stätte war nahe bei der Stadt, da Jesus gekreuziget ist. Und es war geschrieben auf Ebräische, Griechische und Lateinische Sprache. Da sprachen die ohenpriester der Jüden zu Pilato:
Nr. 49 (Joh.19:18-21)
Evangelist: Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden.
Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op:
Jezus uit Nazaret, koning van de Joden.
Omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag,
werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. Het stond er in het Hebreeuws, het Grieks en in het Latijn.
De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus:
No. 50 Chor
Schreibe nicht: der Jüden König, sondern dass er gesaget habe: ‘Ich bin der Jüden König’!
Nr. 50 Koor
U moet niet: Koning van de Joden schrijven, maar deze man heeft beweerd : ‘Ik ben de Koning van de Joden’!

No. 51 (Joh.19:22)
Evangelist: Pilatus antwortete:
Pilatus: Was ich geschrieben habe,
das habe ich ge¬schrieben.

No. 52 Choral
In meines Herzens Grunde,
dein Nam’ und Kreuz allein
funkelt all Zeit und Stunde,
drauf kann ich fröhlich sein!
Erschein’ mir in dem Bilde
zu Trost in meiner Not,
wie du, Herr Christ, so milde,
dich hast geblut’t zu Tod. Nr. 51 (Joh.19:22)
Evangelist: Pilatus antwoordde:
Pilatus: Wat ik geschreven heb,
dat heb ik geschreven.

Nr. 52 Koraal
Diep in mijn hart verborgen
zijn ’t uw naam en kruis alleen,
die fonkelen, nu en morgen,
zij brengen vreugde om mij heen! Als visioen zie ik het beeld, dat troost brengt in mijn nood: hoe u, oh Heer, voor mij zo mild, tot in de dood uw bloed vergoot

No. 53 (Joh.19:23)
Evangelist: Die Kriegsknechte aber, da sie Jesum gekreuziget hatten, nahmen seine Kleider und machten vier Teile, einem jeglichen Kriegesknechte seinTeil, dazu auch den Rock. Der Rock aber war ungenähet, von oben an gewürket durch und durch. Da sprachen sie unter einander:
Nr. 53 (Joh.19:23)
Evangelist: Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel; ook het onderkleed was erbij. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Toen zeiden ze tegen elkaar:

No. 54 Chor
Lasset uns den nicht zerteilen, sondern darum losen, wes er sein soll!
Nr. 54 Koor
Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag!
No. 55 (Joh.19:25-26)
Evangelist: Auf dass erfüllet würde die Schrift, die da saget: Sie haben meine Kleider unter sich geteilet und haben über meinen Rock das Los geworfen. Solches taten die Kriegesknechte.
Es stund aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seine Mutter Schwester, Maria, Cleop¬has’ Weib, und Maria Magdalena. Da nun Jesus seine Mutter sahe und den Jünger dabei stehen, den er lieb hatte, spricht er zu seiner Mutter:
Jesus: Weib! siehe, das ist dein Sohn!
Evangelist: Darnach spricht er zu dem Jünger:
Jesus: Siehe, das ist deine Mutter!
Nr. 55 (Joh.19:25-26)
Evangelist: Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: Ze hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld en het lot geworpen om mijn gewaad. Dat is wat de soldaten deden.
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.
Toen Jezus zijn moeder zag staan,
en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder:
Jezus: Vrouw, dat is uw zoon!
Evangelist: en daarna zei hij tegen de leerling:
Jezus: Kijk, dat is je moeder!
No. 56 Choral
Er nahm Alles wohl in acht
in der letzten Stunde.
Seine Mutter noch bedacht,
setzt ihr ein’n Vormunde.
O Mensch, mache Richtigkeit,
Gott und Menschen liebe,
stirb darauf ohn’ alles Leid
und dich nicht betrübe. Nr. 56 Koraal
Zelfs in zijn laatste levensuur
sloeg hij op alles acht,
zijn moeder’s leven nog bestuurd voor haar een toeverlaat bedacht.
O mens, doe gerechtigheid,
door God en mens te minnen,
sterf daarna zonder enig leed,
met vrede en vreugd’ van binnen.

No. 57 (Joh.19:29)
Evangelist: Und von Stund’ an nahm sie der Jünger zu sich.
Darnach, als Jesus wusste, dass schon alles vollbracht war, dass die Schrift erfüllet würde, spricht er:
Jesus: Mich dürstet!
Evangelist: Da stund ein Gefässe voll Essigs. Sie fülleten aber einen Schwamm mit Essig und legten ihn um einen Isopen, und hielten es ihm dar zum Munde. Da nun Jesus den Essig genommen hatte, sprach er:
Jesus: Es ist vollbracht!

Nr. 57 (Joh.19:29)
Evangelist: Vanaf dat moment nam zij die leerling bij zich in huis.
Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan,
zei hij:
Jezus: Ik heb dorst!
Evangelist: Er stond daar een vat zure wijn. Ze staken er een hysoptak met een spons in en brachten die naar zijn mond.
Nadat Jezus van de zure wijn gedronken had zei hij:
Jezus: Het is volbracht!

No. 58 Arie Alt
Es ist vollbracht!
O Trost vor die gekränkten Seelen.
Die Trauernacht lässt nun
die letzte Stunde zählen.
Der Held aus Juda siegt mit Macht,
und schliesst den Kampf:
Es ist vollbracht!
Nr. 58 Aria alt
Het is volbracht!
Oh troost voor de getergde zielen.
Voor de nacht van rouw heeft nu het laatste uur geslagen. De held uit Juda overwint met macht,
en beslecht de strijd:
Het is volbracht!

No. 59 (Joh.19:30)
Evangelist: Und neiget das Haupt und verschied.
Nr. 59 (Joh.19:30)
Evangelist: En hij boog het hoofd en gaf de geest.
No. 60 Arie Bas, mit Chor
Mein teurer Heiland, lass dich fragen,
Chor:.. Jesu, der du warest tot ..
da du nunmehr an‘s Kreuz geschlagen,
und selbst gesaget: “ es ist vollbracht”,
Chor: lebest nun ohn’ Ende ..
Bin ich vom Sterben frei gemacht?
Chor.. in der letzten Todesnot,
nirgend mich hinwende ..
Kann ich durch deine Pein und Sterben
das Himmelreich ererben?
Ist aller Welt Erlösung da?
Chor:.. als zu dir, der mich versühnt,
o du lieber Herre!..
Du kannst vor Schmerzen zwar nichts sagen,
Chor:.. gib mir nur was du verdient,..
doch neigest du das Haupt,
und sprichst stillschweigend: Ja!
Chor:.. mehr ich nicht begehre!
Nr. 60 Aria bas, met koraal
Mijn dierbare Heiland, laat u vragen,
Koor: …Jezus, u die was in de dood,
omdat u aan ’t kruis bent geslagen
en zelf hebt gezegd: “het is volbracht…”
Koor: …leeft nu zonder einde…
ben ik dan nu vrijgemaakt van de dood?
Koor: …in mijn laatste stervensnood zal ik mij slechts wenden
Kan ik door uw pijn en sterven
het hemelrijk beërven?
Is ’s wereld’s verlossing er weldra?
Koor:…tot u die mij dan verzoent,
oh mijn geliefde Here!
U kunt weliswaar van smart niets zeggen,
Koor: …geef mij slechts wat u toekomt
maar u buigt het hoofd,
en spreekt daarmee stilzwijgend: “Ja”!
Koor: …dat is al mijn begeren!

No. 61 (Math.27:51-52)
Evangelist: Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stück von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen.

No. 62 Arioso Tenor
Mein Herz, indem die ganze Welt
bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,
die Sonne sich in Trauer kleidet,
der Vorhang reisst, der Fels zerfällt,
die Erde bebt, die Gräber spalten,
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,
was willst du deines Ortes tun?

Nr. 61 (Matth.27:51-52)
Evangelist: Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven naar beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt.

Nr. 62 Arioso tenor
Mijn hart, terwijl de hele wereld
samen met Christus lijdt,
de zon zich met rouw bekleedt,
het voorhang scheurt, de rots zich splijt,
de aarde beeft, de graven openbarsten
en men de Schepper levenloos ziet worden;
wat wil jíj van jóuw kant nu doen?

No. 63 Arie Sopran
Zerfliesse, mein Herze,
in Fluten der Zähren
dem Höchsten zu Ehren!
Erzähle der Welt und dem Himmel die Not:
dein Jesus ist tot!
Nr. 63 Aria sopraan
Versmelt mijn hart,
in een tranenvloed,
tot eer van de Allerhoogste!
Verkondig aan aarde en hemel het onheil:
uw Jezus is dood!

No. 64 (Joh.19:31-37)
Evangelist: Die Jüden aber, dieweil es der Rüsttag war, dass nicht die Leichname am Kreuze blieben den Sabbath über (denn desselbigen Sabbaths Tag war sehr gross), baten sie Pilatum, dass ihre Beine gebrochen, und sie abgenommen würden.
Da kamen die Kriegsknechte und brachen dem ersten die Beine und dem andern, der mit ihm gekreuziget war. Als sie aber zu Jesu kamen, da sie sahen, dass er schon gestorben war, brachen sie ihm die Beine nicht, sondern der Kriegsknechte einer eröffnete seine Seite mit einem Speer, und also bald ging Blut und Wasser heraus.
Und der das gesehen hat, der hat es bezeuget, und sein Zeugnis ist wahr, und derselbige weiss, dass er die Wahrheit saget, auf dass ihr gläubet.
Denn solches ist geschehen, auf dass die Schrift erfüllet würde: ‘Ihr sollet ihm kein Bein zerbrechen’.
Und abermal spricht eine andere Schrift: ‘sie werden sehen, in welchen sie gestochen haben’.
Nr. 64 (Joh.19:31-37)
Evangelist: Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet, maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. Want zo ging de Schrift in vervulling:
‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’
En een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’
No. 65 Choral
O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
dass wir dir stets untertan
all’ Untugend meiden,
Deinen Tod und sein’ Ursach
fruchtbarlich bedenken,
dafür, wiewohl arm und schwach,
dir Dankopfer schenken.
Nr. 65 Koraal
Help ons, Christus, zoon van God,
door uw bitter lijden,
dat wij steeds, naar uw gebod,
al het kwade mijden.
Dat we de oorzaak van uw dood
met vrucht zullen overdenken,
en u, hoewel zwak en in nood,
dankoffers zullen schenken.

No. 66 (Joh.19:38-42)
Evangelist: Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia, der ein Jünger Jesu war (doch heimlich aus Furcht vor den Jüden), dass er möchte abnehmen den Leichnam Jesu. Und Pilatus erlaubete es. Derowegen kam er und nahm den Leichnam Jesu herab.
Es kam aber auch Nicodemus, der vormals bei der Nacht zu Jesu kommen war, und brachte Myrrhen und Aloen unter einander, bei hundert Pfunden. Da nahmen sie den Leichnam Jesu, und bunden ihn in leinen Tücher mit Spezereien, wie die Jüden pflegen zu begraben. Es was aber an der Stätte, da er gekreuziget ward, ein Garten, und im Garten ein neu Grab, in welches niemandje geleget war. Daselbst hinlegten sie Jesum, um des Rüsttags willen der Jüden, dieweil das Grab nahe war. Nr. 66 (Joh.19:38-42)
Evangelist: Na deze gebeurtenissen vroeg Jozef van Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming. Daarom nam Josef het lichaam mee.
Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook en hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis.
Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was.
Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

No. 67 Chor
Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,
die ich nun weiter nicht beweine,
ruht wohl, und bringt auch mich zur Ruh’.
Das Grab, so euch bestimmet ist,
und ferner keine Not umschliesst,
macht mir den Himmel auf,
und schliesst die Hölle zu.
Nr. 67 Koor
Rust zacht, o heilig doodsgebeente,
dat ik nu niet langer zal bewenen,
rust zacht, en breng ook mij tot rust.
Het graf, waartoe je bent voorbestemd,
jaagt mij nu geen angst meer aan,
maar ontsluit voor mij de hemel
en doet de hel op slot.

No. 68 Choral
Ach Herr, lass dein lieb’ Engelein
am letzten End’ die Seele mein
in Abrahams Schoss tragen!
Den Leib in sein’m Schlafkämmerlein
gar sanft, ohn’ ein’ge Qual und Pein
ruh’n bis am jüngsten Tage!
Alsdenn vom Tod erwecke mich,
dass meine Augen sehen dich
in aller Freud’, o Gottes Sohn,
mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ,
erhöre mich, erhöre mich,
ich will dich preisen ewiglich!
Nr. 68 Koraal
Ach Heer, laat uw lieve engelenmacht
in ’t stervensuur, mijn ziel toch zacht,
in Abrahams schoot dragen!
Laat ‘t lichaam in zijn dodenschrijn,
geheel verlost van angst en pijn,
rusten tot de dag der dagen.
Wil mij dan uit de dood opwekken
en laat mijn ogen u ontdekken,
in volle vreugd, oh Heer, Gods Zoon,
mijn Heiland en genadetroon!
Heer Jezus Christus
verhoor mij toch en hoor mij aan,
‘k zal eeuwig prijzen u voortaan!